PURAC, Gorinchem

Aanleiding tot onderzoek van de voormalige suikerfabriek van Purac Biochem te Gorinchem vormde de aanwijzing tot Rijksmonument van het oudste gedeelte van het complex. De resultaten van het onderzoek worden ingezet ter onderbouwing van in de toekomst op te stellen restauratie- en/of ontwikkelingsplannen. Daarnaast is het rapport in te zetten ten behoeve van het financiële traject en het vergunningentraject. 

   De vier oprichters van de fabriek in 1872

Gorinchem profiteerde In de negentiende eeuw van de opkomst van de industrie. De stad werd beter bereikbaar door de aanleg van een spoorweg en het graven van enkele kanalen. Er kwam meer scheepvaartverkeer door de bouw van stoomschepen. De binnenstad raakte overvol zodat er buiten de wallen moest worden gebouwd. Om militaire redenen moest dit op ruime afstand van de stadswallen geschieden.

Met de komst van de stoommachine gingen de ontwikkelingen nog sneller. De eerste stoommachine verscheen waarschijnlijk in 1847 in Gorinchem. Voor een stoommachine was een vergunning nodig. Zo is de industrialisering van Gorinchem goed te volgen en valt op dat de suikerfabriek Fa. Jäger, Ravenswaay & Co aan de Arkelsedijk (rechtsvoorganger van PURAC Biochem) de vergunning in 1870 verkreeg. Tot 1906 bleef de suikerfabriek de grootste gebruiker van stoommachines in Gorinchem, qua aantal ketels, aantal stoommachines en totaal gegenereerd vermogen.

De zaken gingen goed tot 1900. Daarna liep de aanvoer van bieten terug.

In 1904 kwam de fabriek in handen van de NV Hollandia (Hollandsche fabriek van melkproducten en voedingsmiddelen) uit Vlaardingen. In 1919, werd de Centrale Suiker Maatschappij opgericht. Verschillende bedrijven, zoals de NV Wester Suikerraffinaderij, NV Hollandia en CV Van Loon & Co gingen hierin op.

Tijdens de campagne was CSM de grootste werkgever in Gorinchem en omstreken. De aanvoer en verwerking van 90 miljoen kg bieten bood werk aan 700 werknemers.

   De suikerfabriek in Gorinchem

Door de economische crisis van de jaren dertig (en de Tweede Wereldoorlog) werd suiker in ieder geval tijdelijk weer een luxe product. Ook kreeg de overheid een grote rol bij het vaststellen van de bieten- en suikerprijs. Na de wereldoorlog werd  de suikerfabriek de grootste en modernste van West-Europa, met een zeer moderne raffinaderij.

Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde CSM twee strategische lijnen:

·           productontwikkeling, door de oprichting van een researchafdeling voor het ontwikkelen van producten op basis van suiker.

·           schaalvergroting door rationalisering van het productieproces en door overnames

Dit laatste paste in een trend: in 1968 ging de Nederlandse suikerregeling over in een EG-regeling (er werd zo feitelijk een onderdeel van het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EG) en in 1966 werd door de coöperaties (de aanbieders van grondstoffen) de Suiker Unie opgericht.

Uit de door CSM gearrangeerde fusie tussen de chemische fabriek in Gorinchem en HVA de Schiedamse melkzuurfabriek van Handelsvereniging Amsterdam is de huidige PURAC divisie ontstaan. Geleidelijk werd de productie van melkzuur en afgeleide producten overgebracht van Schiedam naar Gorinchem. De onderneming groeide tot de belangrijkste producent van melkzuur en derivaten ter wereld. De hoofdvestiging staat in Gorinchem.

De bouw- en gebruiksgeschiedenis van de fabriek is uitgebreid in kaart gebracht. Hierdoor is bij eventueel noodzakelijke ingrepen in (interne structuur van) de fabriek in één opslag te zien of het de oude kern betreft of een latere toevoeging. Tot de waardevolle onderdelen behoren de oude schoorsteen, de haven, het siermetselwerk en de rondboogramen in sommige gevels en gietijzeren en stalen geklonken kolommen.

Hoewel het normaliter de voorkeur verdient dat rijksmonumenten gebruikt worden loopt een chemisch bedrijf als PURAC op een gegeven moment tegen bepaalde grenzen van het gebouw aan: structure limits function. Op langere termijn dient zich dan ook de vraag aan of de historische kern productiefaciliteiten kan blijven huisvesten.

Zoals PURAC laat zien is CSM veranderd van een suikerproductiebedrijf in een high tech, marktgerichte onderneming op het gebied van levensmiddelen, suiker en voedingsingrediënten. Historisch is het natuurlijk leuk dat een zeer succesvolle poot van het moderne CSM gevestigd is op een plaats waar ook de “wortels” van de oude suikerpoot van CSM lagen. Hopelijk wordt de historische kern geen blok aan het been maar blijft zij een ‘zoete herinnering’ vormen aan het verleden van het bedrijf.

Totstandkoming

Het rapport is opgesteld door Margreeth Bruijnesteijn. Archiefonderzoek is verricht door Frank Hovens en Wim Beelen heeft assistentie verleend bij de gebouwbeschrijving.

×

Ù 2 y @ Ñ

Res nova's woordenboek