| PURAC, Gorinchem | ||||||
|
Aanleiding tot onderzoek van de voormalige suikerfabriek van Purac Biochem te Gorinchem vormde de aanwijzing tot Rijksmonument van het oudste gedeelte van het complex. De resultaten van het onderzoek worden ingezet ter onderbouwing van in de toekomst op te stellen restauratie- en/of ontwikkelingsplannen. Daarnaast is het rapport in te zetten ten behoeve van het financiële traject en het vergunningentraject.
Gorinchem profiteerde In de negentiende
eeuw van de opkomst van de industrie. De stad werd beter bereikbaar door de
aanleg van een spoorweg en het graven van enkele kanalen. Er kwam meer
scheepvaartverkeer door de bouw van stoomschepen. De binnenstad raakte overvol
zodat er buiten de wallen moest worden gebouwd. Om militaire redenen moest dit
op ruime afstand van de stadswallen geschieden. Met de komst van de stoommachine gingen de
ontwikkelingen nog sneller. De eerste stoommachine verscheen waarschijnlijk in
1847 in Gorinchem. Voor een stoommachine was een vergunning nodig. Zo is de
industrialisering van Gorinchem goed te volgen en valt op dat de suikerfabriek
Fa. Jäger, Ravenswaay & Co aan de Arkelsedijk (rechtsvoorganger van PURAC
Biochem) de vergunning in 1870 verkreeg. Tot 1906 bleef de suikerfabriek de
grootste gebruiker van stoommachines in Gorinchem, qua aantal ketels, aantal
stoommachines en totaal gegenereerd vermogen. De
zaken gingen goed tot 1900. Daarna liep de aanvoer van bieten terug. In 1904 kwam de fabriek in handen van de
NV Hollandia (Hollandsche fabriek van melkproducten en voedingsmiddelen) uit
Vlaardingen. In 1919, werd de Centrale Suiker Maatschappij opgericht.
Verschillende bedrijven, zoals de NV Wester Suikerraffinaderij, NV Hollandia
en CV Van Loon & Co gingen hierin op.
Door de
economische crisis van de jaren dertig (en de Tweede Wereldoorlog) werd suiker
in ieder geval tijdelijk weer een luxe product. Ook kreeg de overheid een
grote rol bij het vaststellen van de bieten- en suikerprijs. Na de
wereldoorlog werd de suikerfabriek
de grootste en modernste van West-Europa, met een zeer moderne raffinaderij. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde
CSM twee strategische lijnen: ·
productontwikkeling,
door de oprichting van een researchafdeling voor het ontwikkelen van producten
op basis van suiker. ·
schaalvergroting
door rationalisering van het productieproces en door overnames Dit laatste paste in een trend: in 1968
ging de Nederlandse suikerregeling over in een EG-regeling (er werd zo
feitelijk een onderdeel van het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EG)
en in 1966 werd door de coöperaties (de aanbieders van grondstoffen) de
Suiker Unie opgericht. Uit de door CSM
gearrangeerde fusie tussen de chemische fabriek in Gorinchem en HVA de
Schiedamse melkzuurfabriek van Handelsvereniging Amsterdam is de huidige PURAC
divisie ontstaan. Geleidelijk werd de productie van melkzuur en afgeleide
producten overgebracht van Schiedam naar Gorinchem. De onderneming groeide tot
de belangrijkste producent van melkzuur en derivaten ter wereld. De
hoofdvestiging staat in Gorinchem. De bouw- en
gebruiksgeschiedenis van de fabriek is uitgebreid in kaart gebracht. Hierdoor
is bij eventueel noodzakelijke ingrepen in (interne structuur van) de fabriek
in één opslag te zien of het de oude kern betreft of een latere toevoeging.
Tot de waardevolle onderdelen behoren de oude schoorsteen, de haven, het
siermetselwerk en de rondboogramen in sommige gevels en gietijzeren en stalen
geklonken kolommen. Hoewel het normaliter
de voorkeur verdient dat rijksmonumenten gebruikt worden loopt een chemisch
bedrijf als PURAC op een gegeven moment tegen bepaalde grenzen van het gebouw
aan: structure
limits function. Op langere termijn dient zich dan ook de vraag aan of de
historische kern productiefaciliteiten kan blijven huisvesten. Zoals PURAC
laat zien is CSM veranderd van een suikerproductiebedrijf in een high tech,
marktgerichte onderneming op het gebied van levensmiddelen, suiker en
voedingsingrediënten. Historisch is het natuurlijk leuk dat een zeer
succesvolle poot van het moderne CSM gevestigd is op een plaats waar ook de
“wortels” van de oude suikerpoot van CSM lagen. Hopelijk wordt de
historische kern geen blok aan het been maar blijft zij een ‘zoete
herinnering’ vormen aan het verleden van het bedrijf. Totstandkoming Het rapport is opgesteld door Margreeth
Bruijnesteijn. Archiefonderzoek is verricht door Frank Hovens en Wim Beelen
heeft assistentie verleend bij de gebouwbeschrijving. | |||||||
| Ù | 2 | y | @ | Ñ | |||