|
|
Het eerste beeld dat bezoekers van 's-Hertogenbosch krijgen wanneer ze de stad
vanuit het zuiden per auto of per trein binnenkomen, wordt gedomineerd door
het PNEM-gebouw, dat zich in de bocht van de Vlijmense Onderweg als een burcht
manifesteert. Het door de Eindhovense architect C. H. de Bever ontworpen
complex voor de PNEM is vanaf 1953 tot stand gekomen binnen de eerste Bossche
uitbreiding na de opheffing van de Vestingwet in 1874 en onlosmakelijk
verbonden met de ontwikkeling van de stad en de wijk in de periode na de
Tweede Wereldoorlog. De locatie benadrukt niet alleen de macht en het belang
van de elektriciteitsindustrie tijdens de Wederopbouw, maar onderstreept ook
de vooruitstrevende positie van 's-Hertogenbosch in die tijd.

Essent, de huidige eigenaar van het voormalige PNEM-gebouw heeft in 2005
een begin gemaakt met een grootschalige verbouwing van het complex. De
werkzaamheden houden onder andere in dat het bedrijfsgebouw in zijn totaliteit
wordt afgebroken en dat het administratiegebouw deels in het nieuwe geheel
wordt ingekapseld. Architect Pie de Bruijn van de Architecten Cie uit
Amsterdam wil oud en nieuw laten versmelten tot één geheel, waarbij het
complex een veel opener karakter verkrijgt.

In het ontwerp is aan het bedrijfsgebouw geen waarde toegekend. Ook aan het
vrijstaande karakter van het administratiegebouw, waardoor de grandeur van het
voormalige PNEM-kantoor wordt benadrukt en die wordt beschouwd als een
waardige toegang tot de stad 's-Hertogenbosch, doen de voorgenomen plannen
geen recht.
Aangezien het complex als geheel te jong is om beschermd te worden als
rijksmonument en een beschermingsprocedure op grond van de gemeentelijke
monumentenverordening eerder geen effect mocht sorteren, hebben de erven van
De Bever besloten tot een requiem door middel van het onderhavige rapport.

Dit rapport is opgesteld in de vorm van een waardenstellend onderzoek om
aan te geven dat de betekenis van dit chef d'oeuvre van de naamgever van De
Bever Architecten bescherming verdient op locaal niveau en in een later
stadium - na het verstrijken van de verplichte 50-jaargrens - als
rijksmonument. Dat die bescherming tot dusver niet van de grond gekomen is, is
eerder te wijten aan de onvolledigheid van het dossier, dan aan het ontbreken
van toepasselijk beleid of een gebrek aan kwaliteit. Aan een beoordeling
daarvan zijn helaas noch gemeente, noch Rijk toegekomen.

Res novae
Uit het voorliggende rapport blijkt dat het complex in zijn totaliteit een
behoorlijk groot aantal waarden kan worden toegekend, die zowel het gebied van
de architectuur als de cultuurhistorie omvatten. Uit het onderzoek zijn feiten
en belangen naar voren gekomen die in de eerder gevoerde discussies niet aan
de orde zijn geweest, maar wél de eigenlijke waarde van het PNEM-complex
accentueren: het toont het
- laatste monumentale kantoorgebouw van een elektriciteitsmaatschappij dat
qua monumentaliteit al haar voorgangers overtreft
- een vergaande mate van uniformiteit van het administratiegebouw en het
bedrijfsgebouw die bij soortgelijke complexen niet aanwezig is
- consequente doorvoering van de traditionalistische vormentaal van de
Delftse School
- gebruik van moderne constructiewijzen, waaronder stalen skeletbouw met
windverbanden en een betonconstructie
- gebruik en accentuering van moderne technieken die het mogelijk maakten
de traditionele vormentaal te handhaven, zoals de TL-verlichting
- een markante toepassing van de retorica van de architectuur, waarbij
binnen een bijna archetypische iconologische erfenis de architect tot
persoonlijke expressie wist te komen met een nadruk op de vrijere
associatie van vormen (zie hierna)
- benadrukking van hypermoderne technologie aan de hand van traditionele
elementen: de renaissancistisch loggia ter aanduiding van de
airconditioning
- het gebouw als representatief monument voor de positie van de PNEM in de
periode na de Tweede Wereldoorlog
- het gebouw als representatief monument voor de Wederopbouw van de stad
's-Hertogenbosch en daarmee van Noord-Brabant.

|