Neerstraat 63, het oudst bekende woonhuis van Roermond

Tijdens het onderzoek ten behoeve van Fiscaal verhaal© voor Neerstraat 63 te Roermond bleek onder andere dat dit gebouw gedurende de Middeleeuwen een karakteristiek stadspand was, waar men zeer waarschijnlijk bedrijf aan huis hield. 


    
Links de portaalconstructie van Neerstraat 63 in een driedimensionaal model. Rechts de korbeel waar de paarse pijl op wijst.


Met de komst van de Clarissen naar Roermond in 1617 werd het pand getrokken bij het kloostercomplex achter de panden aan de Neerstraat. Na de stadsbrand van 1665 heeft men de dakstoel van Neerstraat 63 op last van de overheid een kwartslag gedraaid. Vervolgens is het circa 1750 samen met de buurpanden tot één woning verenigd, waar de leiding van de Clarissen vertoefde toen het klooster onder keizer Jozef II werd opgeheven (1784). Tot op de dag van vandaag is nog een deel van één van de muren van het klooster te zien. Na de Franse tijd, begin negentiende eeuw, ging het complex over in handen van de aanzienlijke brouwersfamilie Spielmans. Langs deze weg kwam het eind negentiende eeuw in bezit van brouwerij Volkhemer. In 1921 werden de drie samengevoegde panden weer gesplitst en als afzonderlijke huizen verkocht.



Neerstraat 63 (gemarkeerd door de rode lijn): achter dit ogenschijnlijk onopvallende pand gaat een bijzondere portaalstructuur schuil met hout dat dateert van 1485.


Lopende het onderzoek werd snel duidelijk dat het pand zeer bijzondere restanten in zich draagt van een oud verleden. Op halfverborgen plaatsen, nauwelijks zichtbaar werden restanten van een oude houtconstructie ontdekt: een houten stijl, korbeel en sleutelstuk. Dat laatste onderdeel is zo rijk geprofileerd dat er sprake geweest moet zijn van een gegoede bouwheer. Om meer duidelijkheid te krijgen gaf de opdrachtgever opdracht voor dendrochronologisch onderzoek.

Dendrochronologisch onderzoek bestaat uit het analyseren van een monster van het te onderzoeken hout. Het monster wordt verkregen door een boring te doen met een holle boor op dusdanige wijze dat de jaarringen van de boom die gebruikt is voor de houtconstructie van het gebouw geanalyseerd kunnen worden. De boring werd opgestuurd naar een laboratorium in Overpelt (België). Hier worden de jaarringen in het monster geanalyseerd met geavanceerde computers waardoor men vrij nauwkeurig het jaar waarin de boom werd geveld kan berekenen. Bij de Neerstraat werden de boringen uitgevoerd door de gebroeders Beijer uit Eijsden die grote ervaring hebben met onderzoek naar historische gebouwen.

Uit de laboratoriumtesten is gebleken dat (met een marge van 10 jaar) het hout gedateerd kan worden op 1486. Het pand is dus vrijwel zeker laat in de vijftiende eeuw gebouwd en is daarmee het oudste nu nog bekende huis van Roermond.

Dit betekent dat de huidige kern van Neerstraat 63 nog dateert van vóór de stadsbranden uit respectievelijke 1554 en 1665. Wanneer men bedenkt hoe groot de ravage was die de stadsbranden aanrichtten, dan is het heel bijzonder dat een pand met een kern van een zo grote ouderdom is ontdekt. Maar dat is niet het enige: ook is het opmerkelijk dat we nu een voorbeeld hebben van een middeleeuwse portaalconstructie waarvan het dak ná de stadsbrand van 1665 een kwartslag is gedraaid. Die combinatie is eveneens uniek.

Bij Neerstraat 63 werd de cultuur- en bouwhistorische analyse uitgevoerd door drs Jennemie Stoelhorst met medewerking van ir Karl Pesch Konopka. De laatste tekende voorts voor het gebrekenplan en ontwikkelt het restauratieplan. Fiscaal verhaal© sec werd uitgevoerd door Marij Coenen met medewerking van fiscalist mr Annemarie Wernink. De inhoudelijke begeleiding en het projectmanagement waren in handen van dr Bernadette van Hellenberg Hubar en drs Margreeth Bangert. 

×

Ù 2 y @ Ñ

Res nova's woordenboek