|
Het cultuurhistorisch basisonderzoek (CHBO) naar de wijk Malberg en de
aanpalende Donkenbuurt is tot stand gekomen in het kader van de ontwikkeling
van Maastrichts planologisch erfgoedregime (MPE). Medio 2004 heeft de gemeente
adviesbureau Res nova opdracht gegeven voor de ontwikkeling van een
alternatief op de klassieke gemeentelijke monumentenverordening. Algemeen had
men het gevoel dat een dergelijke verordening niet meer past bij het omgaan
met het onroerende erfgoed vandaag de dag. Bovendien bleek het instrument te
kostbaar om in te voeren en te effectueren. Vanuit de verantwoordelijkheid
voor de kwaliteit van de openbare ruimte die Maastricht hoog in het vaandel
heeft staan, was het dus zoeken naar andere wegen.

Ontwerp van Malberg: de indeling in vier kwadranten rond
greens is tot dusver gaaf behouden
Malberg is een typische nieuwbouwwijk uit de jaren '60. Gelegen aan de rand
van de stad is het de laatste wijk tot het platteland ten westen van
Maastricht en één van de belangrijkste naoorlogse uitbreidingen van
Maastricht. Ogenschijnlijk eenvormig en door de tijd ingehaald, blijkt Malberg
bij nadere beschouwing van een verrassende kwaliteit te zijn. Dat past ook bij
het ambitieniveau van die tijd, waarin met name deze wijk gedacht werd als de
tegenhanger van het historische centrum waarmee zij een 'dubbelstad' vormde.
Een van de verrassende ontdekkingen van het onderzoek, is dat dit met veel
respect voor de organische groei van de oude stad en de omliggende gebieden
gebeurde: hoewel Malberg als één mathematisch geordende structuur op het
landschap werd gelegd, geeft vergelijking van de oude en hedendaagse
hoogtelijnen aan dat het heuvelland in wezen behouden is gebleven. De genius
loci van het landelijke buitengebied werd in het nieuwe ontwerp geïntegreerd.

De projectie van de hoogtelijnen anno 1907 en anno heden op
de luchtfoto van Malberg en Oud-Caberg heeft verrassende resultaten
opgeleverd.
Ten aanzien van Malberg is geen sprake van een reële situatie, voor zover
dit het voortbestaan van de cultuurhistorische karakteristiek betreft. Op
basis van het eerder uitgevoerde Buurt-Ontwikkelings-Plan (BOP) is een
beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld dat geen rekening heeft kunnen houden met
de in het onderhavige onderzoek vrij gelegde waarden en kwaliteiten van
Malberg. Doordat dit BKP inmiddels in procedure is gebracht, heeft het formeel
bezien voorrang op de resultaten van het CHBO.

De galerijflats van Piet Dingemans zijn karakteristiek voor
een jaren '60-wijk als Malberg. De glasvliesgevels zijn later toegevoegd.
Opvallend zijn ook de omhaagde 'groene kamers'.
Res novae
De waarde van Malberg is vooral gelegen in de bijzondere opzet en
uitvoering van deze naoorlogse wijk. Doordat de stedenbouw en volkshuisvesting
uit de jaren zestig pas zeer recent onderwerp van wetenschappelijk onderzoek
is geworden, valt op dit moment nog niet te overzien of de wijk ook van
landelijke betekenis is. Wel staat vast dat de introductie van de
patiowoningen door Gerard Snelder nu al als bijzonder wordt vermeld op de site
van het Digitaal Museum van de Volkshuisvesting. Op gemeentelijk niveau kon de
waarde van Malberg goed bepaald worden, doordat de geestelijk vader van de
wijk, hoofddirecteur Openbare Werken drs J.J.J. van de Venne, veel
gepubliceerd heeft over de opzet en de achtergronden van het naoorlogse
Maastricht.

De patiowoningen van Gerard Snelder gelden als een
trouvaille op het gebied van betaalbare volkshuisvesting
- de wijk Malberg blijkt als helft van de "dubbelstad Groot
Maastricht" de
parel in de kroon te zijn van de naoorlogse uitbreidingscampagne onder
leiding van hoofddirecteur Openbare Werken drs J.J.J. van de Venne en
stadsarchitect Frans Dingemans.
- Malberg getuigt van het streven van Van de Venne naar de
"regeneratie van de stad", waarbij het saneren van krotwijken en
de restauratie van historisch Maastricht hand in hand ging met de opzet
van nieuwe, schone wijken en het oplossen van zowel het
volkshuisvestingsvraagstuk als de heropvoeding van de "onmaatschappelijken"
en "achterblijvers".
- anders dan algemeen wordt aangenomen is Malberg niet als tabula rasa op
die plek aan de westrand van Maastricht verschenen. Hoewel grondverzet
nodig bleek, heeft men destijds het bestaande reliëf optimaal gehandhaafd
en als ruimtelijk belevingsaspect in de wijk geïntegreerd.
- nauw samenhangend met het voorgaande, heeft men in Malberg afgezien van
een sterke stedenbouwkundige structurering door middel van openbaar groen.
Bezien door de gebruikelijke stedenbouwkundige bril wordt de wijk dan ook
als 'bloot' en 'kaal' ervaren. Op die manier is Openbare Werken er echter
in geslaagd het open en glooiende terrein waarop Malberg tot stand kwam
binnen de wijk beleefbaar te houden. Het 'doorspoelen met groen', zoals
Van der Venne het typeerde, was geen uiting van stedenbouwkundige armoede,
maar van een bewuste landschappelijke setting die tot in de
plantsoenachtige inbedding van de patiowoningen doorzet.
- Malberg getuigt van de kracht van de negentiende-eeuwse opvatting dat
volkswoningbouw een instrument vormt voor de sociale verheffing van het
volk.
De
geestelijk vader van de 'dubbelstad', drs J.J.J. van de Venne
De Donkenbuurt
- de Donkenbuurt is illustratief voor de wijze waarop in de jaren '70 een
nieuwe wijk bij een historisch dorpslint werd ontworpen. Dit blijkt met
name door vergelijking met de structuur van Malberg: hoewel hierbij
verrassend rekening werd gehouden met het landschap, is dat als
ideaalbeeld van een moderne wijk op het "maagdelijke agrarische
gebied" geprojecteerd. Daartegenover zien we hoe bij de Donkenbuurt
het stedenbouwkundige plan zich voegt naar het dorpslint: doordat het
dwars op de hoogtelijnen gelegen is, bepaalde dat het stramien van het
weefsel van de Donkenbuurt.
- bij de Donkenbuurt blijkt het groen niet zozeer ingezet te zijn om het
landschap in de wijk toe te laten als wel om een zachte overgang naar het
historische lint te bewerkstelligen.
- de kwaliteit van de bebouwing van de Donkenbuurt haalt vergeleken met
Malberg een middenpositie tussen de top van de hiërarchie in de vorm van
de patiowoningen en de daaronder gelegen niveaus van 'gewone'
eengezinswoningen en de wijken voor de 'achterblijvers'. Door
materiaalgebruik en compositie is hier extra cachet aan gegeven.
|