|
Kloosterhof, Born
Waardenstellend onderzoek | ||||||
|
Aanleiding
tot onderzoek naar De Kloosterhof is het voornemen van de opdrachtgevers,
Carin Cox en Patrick Bekkers, om de boerderij structureel te onderhouden en om
bepaalde (bouw)onderdelen van de boerderij te vernieuwen. Het gaat bij het
laatste voornamelijk om de wagenloods (de zogenaamde sjop),
de uitbreiding van de koeienstal en enkele aanpassingen aan het interieur van
het woonhuis. De opdrachtgevers wensen voor de aanvang van bovengenoemde
werkzaamheden een cultuur- en bouwhistorisch evenals een bouwtechnisch
onderzoek.
De
Kloosterhof is gelegen op een plek met een grote historische betekenis. In
1218 stichtte Graaf Gerhard IV van Gelre de Munsterabdij met abdijkerk voor
Cisterciënzer nonnen. Tijdens haar bestaan verwierf de Munsterabdij vele
goederen. Zo had men enkele hoeven in het bezit, waaronder De Kloosterhof. In
1266 kreeg de Munsterabdij namelijk enige landerijen in haar bezit onder
Asenray aan de beek. De abdij kocht deze grond van Rutger van Effelt en diens
vrouw, Hadewig, en liet daar een boerderij timmeren: de Munstershoff (De
Kloosterhof). Sindsdien heeft op die plek altijd bebouwing gestaan. Voorgangers Tijdens
de opstelling van het waardenstellend onderzoek hebben graafwerkzaamheden
plaatsgevonden op het terrein van De Kloosterhof. Hierbij is men op restanten
van een bakstenen waterwerk en put gestuit. Dit geeft aan dat er vermoedelijk
vroegere exemplaren van De Kloosterhof hebben bestaan. Het is mogelijk dat
deze resten behoren tot een eind zeventiende of begin achttiende-eeuwse
voorganger van de hoeve. Gelet op de vele verkoolde resten is deze versie
waarschijnlijk afgebrand, waarna de huidige boerderij opgetrokken is in
Huidige versie De
eerste bebouwing van de bestaande Kloosterhof is gebouwd in 1750. Toen zijn
het bakstenen woonhuis met aangebouwd koeienstal opgetrokken. Niet veel later,
namelijk in 1766, breidde het boerenbedrijf zich al uit en werd een bakstenen
schuur neergezet. Rond die tijd was sprake van een U-vorm, omdat beide
bouwonderdelen werden verbonden door een derde element. Pas begin twintigste
eeuw is De Kloosterhof een gesloten hoftype geworden, doordat de schaaps- en
paardenstal en de poortingang werden toegevoegd.
Het
boerenbedrijf maakte veel ontwikkelingen door, die zich ook in de diverse
functiewijzigingen van de bedrijfsruimten en aanpassingen van het woonhuis
vertaalden. In de twintigste eeuw richt men zich meer en meer op het houden
van rundvee en ontwikkelt het bedrijf zich tot een middelgroot tot groot
boerenbedrijf. In 1987 verliest De Kloosterhof haar agrarische functie en komt
daarmee tevens een eind aan haar rijke sociale ‘boeren’karakter. Het is
van uitermate groot belang om dit karakter terug te brengen. De Kloosterhof
verdient een levendige ambiance! Res novae De boerderij vormt, zeker gelet op haar ligging en de historische betekenis van de plek, een hoogwaardig cultuurhistorisch ensemble. De analyse heeft de volgende res novae (nieuwe zaken) opgeleverd:
Totstandkoming Het rapport is opgesteld door drs Jennemie Stoelhorst onder begeleiding van drs Margreeth Bruijnesteijn – Bangert en met medewerking van ir Karl Pesch. De collegiale toets werd verzorgd door dr Bernadette van Hellenberg Hubar en drs Roland Bruynesteyn MBA. Ir Wim Beelen heeft als boerderijdeskundige zijn bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het rapport. | |||||||
| Ù | 2 | y | @ | Ñ | |||