Tussen de muren

Cultuurhistorisch effecttoets van het Jezuïetenklooster te Roermond 

De gemeente Roermond heeft plannen om het Centrum voor de Kunsten in het voormalige Jezuïetenklooster te verbouwen, vanwege de uitbreiding van zijn functies. 

Met het oog op het beleid en het ambitieniveau met betrekking tot de aanpassing van rijksmonumenten binnen het rijksbeschermde stadsgezicht, dient een cultuurhistorische analyse voorhanden te zijn ter toetsing van de voorgenomen ingrepen. 


                


Om regelgeving, beleid en praktijk steeds dichter op elkaar aan te sluiten heeft de gemeente Roermond eind 2002 besloten tot een experiment. Een aantal locaties werd aangewezen als pilot voor een nieuw soort rapportage, waarbij de beoordeling van een concreet voornemen (programma van eisen, massastudie, schetsontwerp) voorop stond. Een en ander werd ingegeven door de praktijk dat veel initiatiefnemers pas naar de gemeente stappen op het moment dat hun plannen in hoofdlijnen al vorm hebben. Een cultuurhistorische analyse met waardenstelling als basis vooraf voor de ontwikkeling van een plan heeft dan weinig zin meer.

Res nova heeft als antwoord hierop op verzoek van de gemeente Roermond de Cultuurhistorische Effecttoets (CHET) ontwikkeld. Zoals de Utrechtse Cultuurhistorisch effectrapportage (CHER) geënt is op de Milieu-Effectrapportage (MER) uit de Wet milieubeheer is het ‘meest monument­vriendelijke alternatief’ uit de CHET geïnspireerd op het verplichte onderdeel van het ‘meest milieuvriendelijke alternatief’ uit de MER. 

Uit het onderzoek bleek sprake van een historische ontwikkelingstypologie, waaruit de conclusie rolde dat men de functies het beste kan concentreren binnen de ruimte van de kleine cour die daarvoor zal moeten worden dichtgezet. Architect Rudy Uytenhaak, die eerder de theatervleugel van het CK ontwierp (op de plaats van de verdwenen kapel) was eveneens tot deze conclusie gekomen. Vanwege de kosten is het plan tijdelijk geparkeerd.

 

×

Ù 2 y @ Ñ

Res nova's woordenboek