Buiten de oude vesting van Roermond ligt een monumentaal gebouw dat wat betreft omvang en oriëntatie een aantrekkelijk accent vormt binnen de stedelijke bebouwing van het gebied. Dit complex, het in 1882 gebouwde Carmelitessenklooster, is één van de eerste panden die in dit deel van de stad is opgericht. In tegenstelling tot de overige bebouwing in de straat, loopt de rooilijn van de hoofdvleugel niet parallel aan de weg. Deze situatie vormt een visuele herinnering aan het verkavelingpatroon uit de negentiende eeuw, een tijd waarin de percelen waren gericht op de nu verdwenen oostelijke poot van de Swalmerstraat.
Aanleiding tot het onderzoek naar het Carmelitessenklooster zijn de plannen voor herbestemming tot appartementen. Architectenbureau Coppen B.V. uit Roermond streeft er naar om bij de op handen zijnde ontwikkeling van het complex zoveel mogelijk rekening te houden met de aanwezige cultuur- en bouwhistorische waarden. Het onderzoek werpt nieuw licht op het klooster en geldt dan ook als referentiekader voor de realisatie van de toekomstplannen voor het klooster.
![]() |
De straatzijde van het klooster. |
Uit het onderhavige rapport blijkt dat het Carmelitessenkloosterzowel cultuurhistorisch als architectonisch een groot aantal bijzondere waarden kan worden toegekend. Uit het onderzoek zijn feiten en belangen naar voren gekomen die in de eerder gevoerde discussies niet of nauwelijks aan de orde zijn geweest, maar wél toevoegen aan de intrinsieke waarde van het kloostercomplex:
Het klooster is een schoolvoorbeeld van een gebouw dat volgens de principes van de negentiende eeuwse esthetica is opgericht. Daarnaast is op doordachte wijze rekening gehouden met de strikte richtlijnen van de Carmelregel. De totstandkoming van het klooster is het gevolg van een samenwerking tussen twee prominente architecten en leerlingen van P.J.H. Cuypers, Johannes Kayser en Jan Aldis Jorna.
Carmelregel - Het klooster werd gebouwd in opdracht van de Ongeschoeide Karmelietessen, een kloosterorde die een ingetogen leven leidt dat wordt gekenmerkt door strikte afzondering, beschouwing, armoede en zwijgzaamheid. De architectuur van het complex aan de Venloseweg vertaalt deze 'levenswijze': de cellen van de nonnen zijn gecentreerd rondom de binnenhof; de buitengevels van de vleugels waar de cellen liggen zijn bijna geheel blind; gangen en andere ruimten vanwaar de nonnen zicht konden hebben op de buitenwereld worden verlicht door hoog geplaatste vensters; de gezamenlijke ruimten (refter, keuken, et cetera) kijken uit op een door een hoge muur omringde kloostertuin; het gasthuis, het volume in de noordwestelijke hoek, is vrijwel geheel afgezonderd van het hoofdvolume. Daarnaast is de apsis van de kapel georiënteerd op de berg Carmel, de heilige berg in Israël waar de 'grondlegger' van de Karmelietessen een leven als kluizenaar leidde.
Organische analogie - De architect van het Carmelitessenkloosteris erin geslaagd om, ondanks de beperkingen die hem door de Carmelregel werden opgelegd, een fraai complex op te richten. Het klooster is gebouwd volgens de in de negentiende eeuw onder architectuurtheoretici en architecten geliefde principes van de 'organische analogie':
![]() |
De kapel van het klooster |
![]() |
De kloosterhof |
Het onderzoek is verricht door drs Don Rackham met assistentie van dr Bernadette van Hellenberg Hubar. De collegiale toetsing werd verricht door drs Roland Bruynesteyn MBA, de digitale productie werd verzorgd door Marij Coenen.