
Res nova woordenboek en afkortingen
Wij doen onze best deze site zo leesbaar mogelijk te houden. Toch wordt hier en daar enig jargon gebruikt. Dit is onvermijdelijk. Behalve de links elders op de site die direct naar de termen op deze pagina verwijzen, kunt u hieronder alfabetisch terugvinden welke begrippen en afkortingen in het kadervan onze werkzaamheden zijn opgenomen. Als u de link aanklikt komt u bij de toelichting terecht die nà de alfabetisch ordening is geplaatst. Voor onduidelijkheden en aanvullingen kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.
A-B-C
Aanlegvergunning Artikel 19 procedure
Basiskwaliteit BBM Beeldkwaliteit- of beeldregieplan
Belastingdienst Bureau Monumentenpanden (BBM)Belvedere®
Belvedere, RijksnotaBelvederesubsidie Belvederegebied
Beschermd dorps- of stadsgezichtBeschrijving en hoofdlijnen (BIH)
Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM)
Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten (BROM)
Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten (BRRM)
Bestemmingsplan BIHBindende beschikking
Bouwhistorisch onderzoek — BRIMBROM
Compensatie (plan, overeenkomst)Contingenten (woon-)
Contouren Cultuurhistorie Cultuurhistorisch onderzoek
D-E-F
Ecologische hoofdstructuur (EHS) Ecologische verbindingszones
Effectstudie Flora en faunawet
Fiscaal relevantFiscaal Verhaal©Flora en faunawet
G-H-I
Gebiedsgerichte welstandscriteria — Gebreken Gebrekenplan
Habitatrichtlijn Handreiking Ruimtelijke Ordening Limburg
J-K-L
Karakteristiek of waardenstelling
Lex specialis of specialiteitenbeginsellicht vergunningplichtig
M-N-O
Meerjarenonderhoudsplanning Milieueffectrapport (MER)
Mitigeren Monumentencommissie, gemeentelijke
Nationaal Restauratiefonds (NRF) — Nationale landschappen
Nationale parkenNatura 2000 Natuurbeschermingswet
OCW Onderhoudsplan Ontheffing Flora- en faunawet (art 75.4.c)
P-Q-R-S
Particuliere gegevensbeherende organisaties (PGO's)PER©
PGO's — PIP Planologische kernbeslissing (PKB) — POL
Procedurewet Provinciaal omgevingsplan (POL)
RACM — RDMZ Reconstructie van het platteland — Reconstructiewet
Restauratiefonds-hypotheek RHS
Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten
Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ)
Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB)
Ruimte voor ruimteRuimtelijke hoofdstructuur (RHS)
Sneltoetscriteria Stimuleringsfonds voor de architectuur
T-U-V
Tabelsoorten
Flora en faunawet; Toponiemen/toponymia
Verdrag van VallettaVereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
Vinex en Vijno VNGVogelrichtlijn VROMVWS
W-X-Y-Z
Waardenstelling WaterschapWelstand
Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) WRO/Wet RO
Toelichting:
Aanlegvergunning
De aanlegvergunning wordt in de voorschriften in het bestemmingsplan*
vermeld (op grond van artikel 14 WRO
*).
Aanlegvergunningen worden verleend voor het uitvoeren van werken en
werkzaamheden, die anders zijn dan bouwen.
Artikel 19-procedure /
projectbesluit
Een in de Wet op de ruimtelijke ordening
*
gegeven mogelijkheid om voor een bepaald project of bouwplan vrijstelling te
verlenen van het vigerende bestemmingsplan
*. Hiervoor
dient de initiatiefnemer een ruimtelijke onderbouwing van zijn plan in te
dienen bij de gemeente, waaruit blijkt dat het afwijken van het bestemmingsplan
geaccordeerd kan worden. Argumenten hierbij zijn dat het plan ruimtelijk goed
past in het stedelijke weefsel van de bestaande ambiance en op overige punten (bodemarchief,
flora en fauna, geluid, stof, water et cetera) niet op - ernstige - bezwaren
stuit. De ruimtelijke onderbouwing ontwikkelt zich geleidelijk tot een van de
bouwstenen van de core business van Res nova.
Met de nieuwe wet RO is de artikel 19-procedure vervangen door het Projectbesluit. Het lijstje desiderata, waaronder de ruimtelijke onderbouwing, is nu zo ver uitgebreid dat er welbeschouwd sprake is van een minibestemmingsplan bij het projectbesluit. Daarna moet dan alsnog het bestemmingsplan gewijzigd worden. De meeste gemeenten adviseren de initiatiefnemer dan ook direct een formele wijziging van het bestemmingsplan aan te gaan.
Basiskwaliteit
Een nieuw begrip uit de Nota Ruimte
*, dat in de praktijk nog enigszins
handen en voeten moet krijgen. De basiskwaliteit omvat inhoudelijke en
procesmatige eisen, die in elk geval moeten worden gerespecteerd bij alle
ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Waar het rijk resultaatverantwoordelijk is voor de ruimtelijke hoofdstructuur (RHS) * zijn lagere overheden dit voor de basiskwaliteit, ook wanneer er geen bovenlokale aspecten in het geding zijn. Bij elkaar zorgen ze als het ware voor een ‘ondergrens’ of ‘bodem’ . Ze vormen gelijktijdig het kader voor de centrale overheden. Het rijk zal hierop monitoren, toetsen en handhaven. Basiskwaliteit is naar het oordeel van de Minister van VROM* meer dan de wettelijke planvereisten die de WRO* stelt en de daarbij horende procedures.
BBM = Belastingdienst Bureau Monumentenpanden
Beeldkwaliteit- of
beeldregieplan
Een beeldregieplan of beeldkwaliteitplan is een samenhangend pakket van
intenties, aanbevelingen en/of richtlijnen voor het veiligstellen, creëren
en/of verbeteren van de beeldkwaliteit in een bepaald gebied. Het
beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld voor verschillende schaalniveaus de
uitgangspunten aan voor het te ontwikkelen architectonisch en stedenbouwkundig
ontwerp. Het is een op de locatie en situatie afgestemd referentiekader voor de
stedenbouwkundige en architectonische vormgeving.
De grondslag is een inventarisatie, analyse en evaluatie van de bestaande c.q. gewenste ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde respectievelijk te bouwen omgeving. Beeldkwaliteitplannen vormen een aanvulling op bestaande gemeentelijke instrumenten, zoals het bestemmingsplan *, dat op het gebruik gericht is. Bij het streven naar integraal beleid voor ruimtelijke kwaliteitszorg is het beeldkwaliteitplan een belangrijk instrument.
(Ontleend aan: Het beeldkwaliteitplan, instrument voor kwaliteitsbeleid, ministeries van VROM en WVC 1992, en Ruimte voor architectuur, ministerie van VROM en WVC 1991)
Belastingdienst Bureau
Monumentenpanden(BBM)
Een gespecialiseerde afdeling van de Belastingdienst die ten aanzien van
Rijksmonumenten een bindende beschikking af kan geven waarin hoogte en
aftrekbaarheid van onderhoudskosten vastgesteld worden. De (lokale)
belastinginspecteur zal zich hier aan conformeren.
Belvedere®
Res nova heeft Belvedere als merknaam geregistreerd ter bundeling van de
ruimtelijke producten die ze heeft ontwikkeld. Het PER©
* en het
CHBO*
en de Atlas ruimtelijke kwaliteit maken hier deel van uit.
In de brochure van Res nova en bij de producten kunt u hierover meer informatie vinden.
Brochure Res nova;
producten Res nova
Belvedere, Rijksnota
De Rijksnota Belvedere beoogt cultuurhistorie
*
te verankeren in lokale ruimtelijke plannen. Hiertoe is een projectbureau
opgericht dat onder meer een web site beheert en een nieuwsbrief uitgeeft. Via
het Stimuleringsfonds voor de Architectuur
*
toegekend.
Belvederesubsidie
Het kabinet wil cultuurhistorie
*
en ruimtelijke inrichting beter op elkaar laten aansluiten bij het maken van
plannen voor landelijke en stedelijke gebieden.
Daarmee komt het kabinet tegemoet aan de groeiende zorg bij burgers,
die aangeven dat zij steeds meer behoefte hebben aan een grotere herkenbaarheid
en identiteit van de eigen regio en woonomgeving.
Belvederegebied
Op www.belvedere.nu is een kaart te
vinden die cultuurhistorisch belangwekkende gebieden en steden aangeeft. In het
zuiden zijn dit onder meer de gebieden Dommeldal, Maasvallei,
Griendtsveen-Helenaveen, Heythuysen/Thorn, Roergebied en Heuvelland, alsmede de
steden Roermond, Thorn, Eindhoven, Oisterwijk, Tilburg, Sittard, Heerlen,
Valkenburg en Maastricht.
Beschermd dorps- of stadsgezicht ingevolge de
Monumentenwet 1988
Deze wettelijke regeling voor ruimtelijke ensembles betreft
groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid,
onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke
of cultuurhistorische waarde".
Afhankelijk van de omgeving praten we over een beschermd dorps- of stadsgezicht,
dit maakt verder juridisch geen verschil.
De ministers van VROM*
en OCW*
beslissen gezamenlijk over aanwijzing.
Beschrijving in hoofdlijnen (BIH)
Het bestemmingsplan * hanteert het instrument van de beschrijving in hoofdlijnen, dat is geïntroduceerd in het Besluit Wro 1985. Dit heeft:
De BIH maakt deel uit van de bestemmingsplanvoorschriften, maar vormt als uitzondering daarop geen harde regel, maar beleid. Dat wil zeggen dat men mag afwijken van de BIH, mits zorgvuldig gemotiveerd.
De BIH vormt een belangrijk instrument in het PER© *, omdat hierin de beheer- en sturingskaart van het betreffende gebied is opgenomen en een samenvatting van het beeldkwaliteitconcept uit het CHBO *. Omdat dit de functie heeft van een toetsingskader, moeten bouwvergunningen niet alleen getoetst worden aan de Welstandsnota, maar ook aan de BIH. Uiteraard geldt dat ook voor aanlegvergunningen die met het oog op behoud van en ontwikkeling vanuit de cultuurhistorische karakteristiek plaatsvinden. Een voorbeeld van het gebruik van de BIH voor dit soort doeleinden vormt het Maastricht planologisch erfgoedregime.
Maastrichts
planologisch erfgoedregime (MPE)
Bestemmingsplan
Een bestemmingsplan beschrijft wat er met de ruimte in een bepaalde gemeente
mag gebeuren. Het belangrijkste onderdeel vormt de plankaart waarop is
aangegeven welke bestemmingen waar zijn toegestaan en welke voorwaarden eraan
verbonden zijn. Deze kaart is 'hard' en heeft kracht van wet.
Dat geldt eveneens voor de voorschriften, op de (algemene) beschrijving in hoofdlijnen (BIH)
*
na die de status heeft van vastgesteld beleid. In principe moeten
bestemmingsplannen elke tien jaar worden geactualiseerd.
Besluit
Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM)
Besluit Rijkssubsidiëring instandhouding. In de nieuwe regeling, die per 1
januari 2006 de BRRM* gaat vervangen, wordt in plaats van
de begrippen ‘onderhoud en restauratie’ alleen de term ‘instandhouding’
gehanteerd.
Voor deze nieuwe regeling gelden drie uitgangspunten:
In het BRIM* wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten monumenteneigenaren: eigenaren van woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie komen in aanmerking voor een laagrentende lening (hiervoor heeft Res nova Fiscaal verhaal© ontwikkeld). Overige eigenaren kunnen een beroep doen op subsidie (zie hiervoor het FIT©).
Of en hoe de theorie overeenstemt met de praktijk kunt u via de eerste link hieronder te weten komen.
Uw monument FIT© onder het BRIM;
PIP
Besluit
Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten (BROM)
Besluit Rijkssubsidiëring
Restauratie Monumenten(BRRM)
Deze twee subsidiebesluiten zijn per 1 januari 2006 vervangen door het
BRIM*.
BIH= Beschrijving in hoofdlijnen: deze is komen te vervallen met nieuwe WRO.
Bindende beschikking
(fiscaal aftrekbare kosten Rijksmonumenten)
In het kader van Fiscaal verhaal©
*
betreft dit het besluit van BBM*,
waarin de hoogte en aftrekbaarheid van onderhoudskosten van Rijksmonumenten vastgesteld wordt.
Uw (lokale) belastinginspecteur moet zich hier aan conformeren.
Bouwhistorisch onderzoek
Bouwhistorisch onderzoek is een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en
ontwikkeling van een gebouw of ensemble met een nadruk op de fysieke samenstelling.
Aspecten die hierbij aan bod komen zijn onder meer de architect,
constructiewijze en latere toevoegingen of wijzigingen.
Het is beperkter en meer specialistisch van opzet dan het cultuurhistorisch onderzoek
*,
omdat de materiële samenstelling van het pand centraal staat en niet zozeer
zijn ruimtelijke, esthetische of cultuurhistorische positie op landelijk,
regionaal of locaal niveau.
BRIM= Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten
BROM= Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten
Bronvraag
Een beslissend punt bij de kwestie of een monumenteneigenaar wel of niet in
aanmerking komt voor fiscale faciliteiten, is de kwestie van de bronvraag.
Met name op het moment dat een Rijksmonument een andere bestemming krijgt,
kan de aard van het pand als fiscale bron van inkomsten veranderen.
U komt dan in beginsel de eerste drie jaar niet in aanmerking voor de aftrek van
onderhoudskosten.
Momenteel is er veel beweging in de uitleg van de bronvraag door recente jurisprudentie.
Vandaar dat Res nova daar een speciaal onderzoek naar heeft laten verrichten.
De teneur is dat de kwestie van de bronvraag op een hoger abstractieniveau wordt getild,
waardoor de mogelijkheden voor aftrek ruimer worden.
Fiscaal Verhaal©;
de producten van Res nova
BRRM = Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten
Deze subsidieregeling wordt per 1 januari 2006 ingetrokken en vervangen door het BRIM*: Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten.
CHBO = Cultuurhistorisch basisonderzoek. Dit wordt toegelicht onder Cultuurhistorisch onderzoek *.
Compensatie (plan, overeenkomst)
Als schade aan natuurwaarden wordt toegebracht is vaak, op basis van de
natuurbeschermingswet (artikel 12), compensatie verplicht.
Een bekend voorbeeld is de aanplant van nieuwe bomen (op een andere locatie)
als er ergens bomen gekapt worden.
Contingenten (woon-)
In principe bepaalt de provincie hoeveel woningen er binnen een gemeente
gebouwd mogen worden: dit is de planologische ruimte of het woningcontingent.
Om ontwikkelingen niet geheel onmogelijk te maken is een aantal uitzonderingen
op de contingentering toegelaten, zoals in het kader van Ruimte voor Ruimte
Contouren
Instrument dat ingezet wordt om de ruimtelijke contrasten in Nederland in stand
te houden en om een goede balans te vinden tussen de verschillende
ruimteclaims. De belangrijkste contouren zijn de rode en groene contouren
die de grenzen bepalen rond te bebouwen en niet te bebouwen gebieden. Het
begrip is ontleend aan de vijfde nota RO
*
(die geen officiële status als PKB
* heeft en ook niet meer krijgt).
Rode contouren geven de gebieden aan waarbinnen
gebouwd mag worden (áls er gebouwd mag worden) en groene contouren geven
natuurgebieden aan.
De Nota Ruimte*
schaft het concept Contouren grotendeels af.
Provinciaal en gemeentelijk beleid is echter nog deels gebaseerd op de Vijfde Nota.
Ook kunnen provincies en gemeenten natuurlijk autonoom (blijven)
kiezen voor een scherp onderscheid tussen stedelijk gebied en buitengebied.
Cultuurhistorie
Letterlijk: beschavingsgeschiedenis. Geschiedenis van alles dat door mensen
gemaakt is en niet op natuurlijke wijze, of als een ‘deus ex machina’ ontstaan is.
Het is daarmee breder dan bijvoorbeeld kunstgeschiedenis. Alle bouwwerken
horen erbij maar bijvoorbeeld ook landschappelijke patronen (wallen, hagen,
akkers, polders; zowel boven als onder het maaiveld). (Oude) staatkundige
patronen (landsgrenzen) en bijvoorbeeld de invloed van religie eveneens.
Landschappelijke patronen die niet door mensen zijn gemaakt of veroorzaakt
(natuurlijk meanderende rivier, natuurlijk reliëf) worden er niet toe
gerekend. Omdat deze geomorfologische aspecten echter wel
voorwaardenscheppend zijn geweest voor het 'in cultuur brengen' van gebieden en
(dus) nauw samenhangen met de historisch-geografische aspecten, worden zij wel
betrokken bij het cultuurhistorisch onderzoek
*.
Cultuurhistorisch onderzoek
*
vormt een belangrijk instrument om de monumentale waarden van een gebied,
complex of pand te objectiveren.
Cultuurhistorisch onderzoek/
cultuurhistorisch basisonderzoek(CHBO)
Onderzoek naar de integrale geschiedenis van een gebouw of ensemble, inclusief
zijn ruimtelijke en historisch-geografische context. Aspecten als gebruiks- en
bewoningsgeschiedenis spelen een prominente rol, terwijl ook de esthetische en
typologische kwaliteiten van het onderzoeksobject in kaart worden gebracht. Het
onderzoek moet een dusdanige hoeveelheid informatie opleveren dat een toets kan
plaatsvinden van de vier hoofdcriteria uit de Monumentenwet 1988
*
die in verreweg de meeste provinciale en gemeentelijke verordeningen overgenomen zijn:
Cultuurhistorisch onderzoek heeft een bredere opzet dan bouwhistorisch onderzoek * dat vaak een onderdeel vormt van cultuurhistorisch onderzoek. Standaard bestaat het uit:
Een bijzondere vorm van cultuurhistorisch onderzoek betreft het cultuurhistorisch basisonderzoek (CHBO), dat bestaat uit:
Dit type onderzoek wordt ingezet als basis voor de bescherming van cultuurgoed via het bestemmingsplan, zoals uitgewerkt in het PER© *.
Maastrichts
planologisch erfgoedregime (MPE)
Ecologische hoofdstructuur (EHS)
Een samenhangend netwerk van kerngebieden (bos- en natuurgebieden) en
ecologische verbindingen. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een speerpunt
van het Nederlandse natuurbeleid. In het Natuurbeleidsplan (LNV, 1990) en het
Eerste Structuurschema Groene Ruimte (SGR1) (LNV, 1992, 1993) vormt de
realisatie van een ecologische hoofdstructuur al een belangrijke doelstelling.
Dit doel wordt in het huidige beleid voortgezet.
De EHS moet een samenhangend netwerk van natuurgebieden worden, dat als de groene ruggengraat van Nederland zal fungeren. Tot de EHS behoren primair:
| Ù | Ú |
WRO/Wet RO = Wet op de Ruimtelijke Ordening