| Molen Zeldenrust, Thorn | ||||||
|
De
eigenaar van de de voormalige molen aan de Molenweg 3 in Thorn heeft plannen
om het pand te restaureren en te renoveren. De resultaten van het onderzoek
zullen worden ingezet ter onderbouwing van het restauratie- en renovatieplan.
Tevens is het rapport te gebruiken ten behoeve van het financiële traject en
het vergunningentraject. De
voormalige windmolen van Thorn is een eeuw lang in bedrijf geweest. Aan het
eind van de jaren veertig van de negentiende eeuw nam pannenbakker en molenaar
Everard van de Boel het besluit om zijn bedrijfsactiviteiten te verplaatsen
van ‘De Grief’, gelegen ten oosten van het stadje, naar ‘Den Toom’,
even ten noorden van de stadskern. De aldaar rond 1852 gebouwde molen werd in
1876 verbouwd en wellicht herbouwd. In 1952 werd de molen, die inmiddels de
naam ‘De Zeldenrust’ droeg, onttakeld. Het
is aan de kunstschilder Frans van den Berg te danken dat de resterende romp
van de molen niet aan de slopershamer ten offer is gevallen. Hij maakte de
molen geschikt voor bewoning en had er zijn atelier. Op de westelijke zijde
van de molenbelt bouwde Van den Berg een keuken. Een deel van de belt groef
hij af om een nieuwe toegang naar de centrale ruimte op de begane grond te
verkrijgen. Het overige deel van de belt gebruikte hij als ‘terras’ en
voor de aanleg van buitentrappen.
In
de jaren zestig tot en met tachtig heeft Hans Verhagen met zijn gezin in de
voormalige molen gewoond. Diens besluit om ‘De Oude Molen’ tevens als café
en expositieruimte in te richten, heeft er mede toe geleid dat op de begane
grond meerdere vertrekken rond de romp zijn toegevoegd. De
aanbouw van de vertrekken rond de molenromp heeft er in de loop der jaren voor
gezorgd dat van de belt niet veel meer over is. De Zeldenrust ligt verscholen
tussen de bebouwing, die met name na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd is.
Dit
rapport werd in eerste aanleg geschreven door drs Frank Hovens, bewerkt door
Rita van der Molen en Roland Bruynesteyn. Het gebrekenplan werd geschreven
door ir Karl Pesch. Beide rapporten werden collegiaal getoetst door Margreeth
Bangert en Bernadette van Hellenberg Hubar. | |||||||
| Ù | 2 | y | @ | Ñ | |||