|
Putstraat, Born
Waardenstellend onderzoek en documentatie van een verdwenen complex | ||||||
|
Aanleiding tot het onderzoek naar ‘Putstraat 44 te Born’ was het voornemen van de opdrachtgever, de familie Hoedemakers uit Born, om de boerderij te verkopen. De potentiële koper had echter het plan opgevat om de boerderij te slopen. Om de vereiste sloopvergunning te verkrijgen, vroeg de gemeente Sittard-Geleen een cultuur- en bouwhistorisch onderzoek evenals een bouwtechnisch onderzoek. Op deze manier wilde men een gedegen belangenafweging voorbereiden, waarbij een besluit zou vallen of de boerderij al dan niet de status van gemeentelijk monument zou krijgen. Helaas is deze procedure tot een voortijdig einde gekomen, doordat de schuur achter het woonhuis van de boerderij instortte. De gemeente Sittard-Geleen besloot daarop de verzochte sloopvergunning af te geven. Dankzij het verrichtte onderzoek is nu een grondige documentatie van het complex voorhanden, met opmeettekeningen van de bestaande toestand. Op papier zal dit stukje Borner geschiedenis zo blijven voortbestaan.
De boerderij zelf is in 1878 gebouwd, nadat er eerst diverse ontwikkelingen hebben plaatsgevonden betreffende de verkaveling. De eerste bebouwing heeft een L-vorm en bestaat uit het woonhuis en de aangebouwde schuur. Begin twintigste eeuw wordt de bedrijfsruimte vergroot, ten gevolge van een uitbreiding van het boerenbedrijf. Dan ontstaat ook het gesloten hoftype, zoals dat tot op de dag van vandaag nog bestaat. Het boerenbedrijf groeide geleidelijk in omvang tot één van de grootste in Born. Deze toonaangevende positie kwam ook naar voren in de boerderij. Dit blijkt onder andere uit het woonhuis. Op de binnenplaats heeft het woonhuis een grote stevige deuropening, die de ‘grootsheid’ van de familie aangeeft. Het bakhuis is nog een voorbeeld; alleen grote boerderijen hadden een bakhuis. Mensen uit de omgeving kwamen over het algemeen hun brood bakken bij die boerderijen. De toegepaste materialen en de aandacht voor details bevestigen eveneens de voorname positie. De Tuiles du Nord dakpannen hebben bijvoorbeeld een zeer hoge kwaliteit en zijn niet alleen een teken van rijkdom maar zijn ook het meest duurzaam.
De
boerderij vormt, zeker gelet op haar uiterlijke verschijningsvorm en de
historische betekenis van de plek, een hoogwaardig cultuurhistorisch ensemble. Een dergelijk cultuurhistorisch onderzoek was nog niet eerder verricht voor de boerderij aan de Putstraat. Dat maakt het rapport op zichzelf tot één res nova (nieuwe zaak). We belichten hier de belangrijkste res novae: | |||||||
|
|
door diverse kaartprojecties is de exacte ontwikkeling van de boerderij vanaf haar ontstaan in 1878 tot de verschijningsvorm anno nu, inzichtelijke gemaakt; | ||||||
|
|
de verschillende kaartprojecties hebben de ontstaansgeschiedenis van het huidige perceel D1461 in kaart gebracht; | ||||||
|
|
het onderzoek heeft aan het licht gesteld hoe de verschillende bedrijfsonderdelen van de boerderij gewijzigd zijn al naar gelang het boerenbedrijf zich ontwikkelde; | ||||||
|
|
ook op grond van de toegepaste materialen, de detaillering en verschillende motieven als troggewelfjes, het dakoverstek in de vorm van een luifel e.d. is de boerderij van grote cultuur- en bouwhistorische waarde. | ||||||
|
Totstandkoming De cultuur- en bouwhistorische analyse is opgesteld door drs Jennemie Stoelhorst, terwijl ing. Annemie Dormans het bouwtechnisch onderzoek verrichtte. De collegiale toets werd verzorgd door drs Margreeth Bruijnesteijn – Bangert, dr Bernadette van Hellenberg Hubar en drs Roland Bruynesteyn MBA. Ir Wim Beelen heeft als boerderijdeskundige zijn bijdrage geleverd aan de totstandkoming van beide rapporten. De tekeningen van de huidige toestand zijn van de hand van ir Karl Pesch Konopka.
|
|||||||
| Ù | 2 | y | @ | Ñ | |||