De RCE heeft de volgende projectomschrijving geformuleerd:
Over de monumentale kerkelijke schilderkunstkunst in het Interbellum is weinig geschreven. Ook bestaat er geen landelijk overzicht over welke kunstenaars in het Interbellum werkzaam waren, hoe hun werk kunsthistorisch moet worden gewaardeerd, of het nog bestaat en zo ja waar het zich bevindt en in welke toestand.
Het gereedkomen van acht Kanjerrestauraties (neokerken te Haarlem, Groesbeek, Maastricht, Vught, Roosendaal, Wagenberg, Nieuwegein en Rotterdam) vormt een goede aanleiding voor een inventarisatie van schilders die werkzaam waren in het Interbellum en een publicatie over deze schilders en hun werk.
Er zal een 'encyclopedisch' overzicht worden gemaakt van zoveel mogelijk schilders en feitelijke gegevens op basis van eigentijdse publicaties van:
- Clemens Meulenman (Hedendaagsche Religieuze Kunst, Amsterdam 1936),
- Gerard Brom (Herleving van de kerkelijke kunst in Katholiek Nederland, Leiden 1933; de twee laatste hoofdstukken) en
- onder meer besprekingen in het tijdschrift Het Gildeboek (en andere periodieken uit het Interbellum).
Het onderzoek naar de kerkschilders in het Interbellum wordt opgezet aan de hand van vakliteratuur uit de jaren 1902-1930, zoals 'Ars sacra' van het Bernulfusgilde uit 1929, 'Hedendaagsche Religieuse Kunst' uit 1933 met een inleiding van Jan Engelman en het laatste hoofdstuk uit het naslagwerk van Gerard Brom uit 1933.
Ook zal worden nagegaan of bij de bisdommen en de SKKN al deelonderzoek is verricht, dat van belang kan zijn voor een dergelijk overzicht. Het Monumentenregister (zie startpagina www.cultureelerfgoed.nl) kan verder behulpzaam zijn bij het opsporen van het oeuvre van de verschillende kunstenaars en andere feitelijke gegevens. Dit onderzoek zal moeten resulteren in een publicabel manuscript inclusief database. De database kan op de site van de RCE on line worden gezet. De database zal worden ingevoerd in MS Excel.
Hierin dienen van elke kunstenaar onder meer te worden vermeld (voor zover achterhaalbaar via de literatuur en genoemde databases): de biografische gegevens, gegevens over hun opleiding/curriculum, literatuur (zie ook Hall, Plasschaert, Scheen), waar en voor wie zij werkzaam waren en of hun al dan niet uitgevoerde werk (inclusief eventuele ontwerpen) nog bestaat.
![]()
De maker van de schilderingen in de kapel van O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand in Roosendaal is onbekend. Het staat zelfs niet vast of dit werk uit het Interbellum dateert. Het zou hier om een schilder zou kunnen gaan die langer in de Interbellumstijl is blijven werken. Het onderzoek moet hier meer duidelijkheid in brengen (met dank aan Ronald Stenvert voor de foto).
Op basis van deze inventarisatie zal een beredeneerde selectie worden gemaakt van circa 15 belangrijke schilders (steekproefsgewijs bestudering op locatie, idem digitale fotografie). Deze groep zal in een aantal hoofdstukken nader onder de loep worden genomen, waarbij de volgende indeling naar onderwerpen of vraagstellingen wordt nagestreefd:
- Algemene inleiding.
- Scholing: praktijk en kunsttheoretische achtergronden (ateliers, et cetera).
- Opdrachtgevers: waren zij werkzaam voor specifieke bisdommen of werkten de kunstenaars voor opdrachtgevers in het gehele land? Wat was het wensenpakket van de opdrachtgevers en in hoeverre verschilden de opdrachtgevers onderling? Waarom kozen de opdrachtgevers voor deze kunstenaars?
- Wat is de invloed van het werk van Derkinderen, Toorop, Roland Holst en Van Konijnenburg en hoe valt deze invloed te verklaren?
- Zijn er na-ijleffecten bespeurbaar van de 'school' van Cuypers?
- Waarderingsgeschiedenis: hoe werden de schilders gewaardeerd (voor zover af te lezen valt aan bijvoorbeeld de eigentijdse kunstkritiek of vervolgopdrachten). Hoe kan hun werk tegenwoordig kunsthistorisch worden gewaardeerd (waardestelling)?
- Besef over materialisatie (technieken, nieuwe kleuren, etc.), de staat nu.
- Signalering van punten/vragen die voor verder onderzoek in aanmerking komen.
- Een synthese/conclusie aan het slot.
De synthese van het onderzoek zal tevens worden opgenomen in het 'Kanjerboek' dat door de RCE aan het eind van het traject zal worden uitgegeven. Hierin worden ter verantwoording aan een groot publiek de uitkomsten gepubliceerd van al het object- en projectonderzoek.
Namens Res nova zal de opdracht uitgevoerd worden door dr Bernadette van
Hellenberg Hubar (projectleider), drs Silvia Pellemans en drs Don Rackham.
Projectleider namens de RCE is
Wie over informatie beschikt met betrekking tot schilders uit deze doelgroep, is van harte welkom om dit door te geven aan bernadette[apenstaartje]res-nova.nl.
|
|
|