Sommige architecten doen dat. Die denken op een bepaald moment in hun leven: laten we eens een boek maken. We hebben veel gedaan, een mooi oeuvre, dus een boek. Eén boek!
Zoals we hier bij elkaar staan, verbaast het ons niet dat Friso dat anders doet. Hij gaat voor twee boeken en geloof het of niet, maar toen wij als Res nova hier mee bezig waren kostte het absoluut geen moeite om de ene bladzijde na de andere te vullen. De ene analyse van een spannend gebouw volgde op de ander van een nog mooier gebouw. Maar wat wil je ook met 1001 opdrachten.
Wat het project extra spannend maakte, is, dat Friso niet alleen zijn eigen werk op een rij wilde hebben. Ook de restauraties vanaf het begin van zijn carrière kwamen aan de beurt. Dat was een verhaal apart, wat zeg ik … het werd een boekwerk apart. Saxa loquuntur, de stenen spreken. Een veelzeggende titel voor monumenten, zoals hier de Wientjesvoort, die ons blijvend over vroeger vertelt.
|
Landhuis Wientjesvoort (gebouwd circa 1850) (klik aan om in te zoomen) |
Friso hoort tot díe groep zeldzame architecten in Nederland die zich bijna exclusief heeft laten inspireren door de ervaring met oude gebouwen. Een van de verrassingen van het onderzoek is - want Friso is niet specifiek als restauratiearchitect opgeleid - dat hij een bijzondere flair voor oude gebouwen heeft.
Toen ik zocht naar het woord dat dit het beste kon omvatten, kwam ik uit bij empathie. Friso voelt gebouwen als het ware aan, weet tot hun kern door te dringen en bereikt daardoor een bijzonder resultaat. Ik hoef alleen maar te wijzen op de vele puien van de stadspanden in Zutphen: een subtiel gevoel voor maat en proporties, een fijnzinnige uitvoering … zo slaagt Friso er in het historische beeld weer naar voren te halen. En dat doet hij zónder dat hij de optelsom van eeuwen geweld aan doet. Hoe bijzonder dat is kan ik niet genoeg benadrukken. Veel architecten willen het liefst maar één moment uit de geschiedenis van een gebouw bewaren. Vaak verdwijnen dan eeuwen in de container. Friso weet dat te beperken. En wat meer is, al het werk wordt met een historische mate van ambachtelijkheid uitgevoerd, zoals ook hier op de Wientjesvoort.
We hebben er een mooi woord voor: extrapoleren! Een vertaalslag maken van wat je bij het ene meemaakt naar het andere. En die vertaalslag maakte Friso vanuit zijn restauratiepraktijk náár zijn nieuwbouwprojecten. Het gaat er dan niet om dat hij het herstelde gebouw letterlijk overneemt voor de nieuwbouw - want zo werkt het niet! - maar dat zijn intuïtie als architect gevoed wordt. Mooi, gerieflijk en duurzaam bouwen vanuit het oude ambacht, met echt hout en een mooie baksteen - Friso kan uren praten alleen al over baksteen - met een grafische knipvoeg en hier en daar accenten met pleisterwerk. En dan al die stijlen: classicistisch geïnspireerd, Frank Loyd Wright, de jaren dertig en - volgens mij de stijl die het best bij hem past - de Jugendstil, de art nouveau, je zou bijna zeggen, de joie de vivre. Alles steen voor steen uitgetekend, zodat de aannemer zich niet kan vergissen en de opdrachtgever krijgt wat hij besteld heeft. Welk architectenbureau doet dat nog.
|
Modern woonhuis in Nederlandse Jugendstil (klik aan om in te zoomen) |
En het mooie is - want ook dat is uit ons onderzoek gebleken - dat er nergens kopieën voorkomen. Want dat wordt zo gemakkelijk gezegd van retro-architecten - een geuzennaam die Friso trouwens met ere draagt - dat retro-architecten simpele kopiisten zijn. Dat fabeltje kan bij het vuilnis gezet worden. Friso leeft zich in een stijl en gaat van daaruit kijken hoe hij het programma van eisen in een ontwerp kan onderbrengen. Dat krijgt vervolgens een vormgeving die een creatieve voortzetting is van een historische stijl. Aan de ene kant retro, maar vooral retrospectief, en aan de andere kant even eigentijds als welk modern gebouw vandaag de dag ook. En dat heeft een betekenis die verder gaat dan de optelsom van materie en vorm, van materiaal en detaillering.
Hoe wij vandaag de dag zijn, wordt immers niet alleen maar bepaald door vernieuwingen: het gaat er ook om hoe wij met onze wortels om gaan. Een mens is nu eenmaal een reflectief wezen en om te kunnen spiegelen moeten we het hebben van de dingen die in de ervaring liggen. Het verleden dus. Wientjesvoort in zijn landschappelijke setting is daar een prachtig voorbeeld van. De ambiance brengt ons terug naar voorbij tijden, maar dat ervaren wij vanuit het hier en nu, zoals we vandaag bij elkaar zijn. En we kunnen het ervaren omdat er een architect was die daar handen en voeten aan gaf. Niet alleen de architect die het ooit ontworpen heeft, maar ook Friso die de Wientjesvoort weer tot leven wekte.
|
Classicistisch geïnspireerd kantoorgebouw van Engelsing Beleggingen (klik aan om in te zoomen) |
Op die manier zou ik de rol van Friso willen definiëren. Als een tijdmachine! Als een tijdmachine brengt hij de veelzijdige kwaliteit van het verleden naar het heden - een kwaliteit die je kunt zien, aan kunt raken. Die iedere dag weer ervaren kan worden door de mensen die er in wonen of werken, of er langs wandelen en fietsen.
Onder het publiek hier bevinden zich verschillende opdrachtgevers die in een van de huizen wonen die Friso heeft gebouwd … maar er zijn niet alleen opdrachtgevers, er zijn ook ontwikkelaars. Tegen de opdrachtgevers zou ik willen zeggen: gefeliciteerd met uw keuze. Tegen Friso, wat heb jij geboft met je opdrachtgevers. En tegen de ontwikkelaars: hier staat uw architect.
Ik dank u wel.
Bernadette van Hellenberg Hubar
Open Monumentendag 12 september 2009
Wientjesvoort te Vorden
![]() |
Friso Woudstra Architecten BNA houdt kantoor in het koetshuis van de Wientjesvoort dat ontworpen is door P.J.H. Cuypers - de architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam - circa 1855. Het architectenbureau is dan ook één van de sponsoren van de Cuyperscode (klik aan om in te zoomen). |
|
|
|